Francais Nederlands
Kalender Edito Festivals Info Partners Newsletter Contacten
back DIN 03.08 2010 next
M Miniemenkerk
VOX LUMINIS
Lionel Meunier leiding

Zsuzsi Tóth sopraan
Sara Jäggi sopraan
Amélie Renglet sopraan
Kerlijne Van Nevel sopraan
Jan Kullmann alt
Satoshi Mizukoshi tenor
Robert Buckland tenor
Lionel Meunier bas
Bertrand Delvaux bas
Photo
line
Het behoorlijk gecondenseerd gecomponeerde zesstemmige Adoramus te is een van de vier stukken van Monteverdi die in 1620 werden gepubliceerd in een bundel van zijn oud-leerling Giulio Cesare Bianchi, het Libro primo de motetti in lode d’Iddio nostro signore. De tekst van deze korte, plechtige compositie – in feite een responsorium voor Goede Vrijdag – werd in de zeventiende eeuw vaak gebruikt bij het zingen van motetten tijdens de elevatie. Monteverdi wisselt stukken voor zes stemmen af met andere voor drie of vier, de hoogste of de laagste, en illustreert met dit palet van klankkleuren de aanbidding van Christus. Hij sluit af met een langzamer ritme, dat aansluit bij dat van het begin (adoramus te, ‘wij aanbidden u’) en schept vredige rust met als slotwoorden Misere nobis (‘ontferm u over ons’).

Het Lamento della Ninfa is een van de beroemdste werken van Monteverdi, en geldt samen met het Plorate Israël uit het oratorium Jepthe van Carissimi als een van de mooiste lamenti van de barokmuziek. Monteverdi heeft van het centrale deel een klein dramatisch tafereel gemaakt: de solostem, die van een jammerende nimf, wordt begeleid door een groep van drie mannen die de gebeurtenissen becommentariëren, net zoals het koor in een antieke tragedie. Voor het eerst in de muziekgeschiedenis wordt hier als basso ostinato een dalende tetrachord gebruikt. Een andere vernieuwing die getuigt van het genie van Monteverdi is de begeleidende tekst, die uiterst precieze aanwijzingen bevat voor de uitvoering en zelfs de spatialisering van het werk: ‘Uitvoeringswijze van dit lied: de drie stemmen die buiten het lamento van de Nimf zingen, worden apart gezet, want ze moeten volgens de maat zingen; de andere drie stemmen, die de Nimf beklagen, staan zo op de partituur dat ze het lamento van de Nimf volgen, dat moet worden gezongen op gevoel, niet volgens de maat.’

Monteverdi lijkt hoegenaamd niets te maken te hebben gehad met het oratoriumgenre, dat in Rome ontstond. In 1600 al liet Emilio de Cavalieri er zijn Rappresentatione di Anima e di Corpo opvoeren, een gedramatiseerd stuk waarin de conflicten van ziel en lichaam worden geënsceneerd. Beide worden in verleiding gebracht door zowel aardse genoegens als de goede raad van engelen. Vanaf de jaren 1620 maakten de Romeinen ook kennis met opera. In Rome beleefde het genre trouwens een eerste succesperiode, na de unieke voorstellingen aan het hof in Mantua waar Monteverdi’s eerste lyrische werken (Orfeo in 1607, Ariana in 1608) het daglicht hadden gezien. De entourage van pausen en kardinalen reageerde enthousiast op het nieuwe genre, en algauw gingen de expressieve en theatrale principes van opera ook de stijl van gewijde werken beïnvloeden. Kort daarna werden de compositieprincipes van opera bijgevolg op religieuze muziek toegepast door alle Romeinse componisten van die tijd: Stephano Landi, de gebroeders Mazzochi, Marco Marazzoli en vooral Giacomo Carissimi.
Jepthe is ontegensprekelijk een van de meest geslaagde oratoria van Carissimi. De Israëlitische aanvoerder Jefta had aan God beloofd het eerste levende wezen te offeren als hij zegevierend zou terugkeren van de strijd tegen de Ammonieten. Het begin van het oratorium schildert de strijd. De Ammonieten worden verslagen en Jefta keert in triomf terug. Hij wordt enthousiast begroet door zijn eigen dochter. Jefta kan niet anders dan haar vertellen wat hij aan God heeft beloofd. Het meisje aanvaardt haar lot. Haar klaagzang is een van de mooiste lamenti uit de barok. Het oratorium wordt afgesloten door het koor, dat het gevoel van zelfopoffering en verdriet van Jefta’s dochter in de verf zet.


Lionel Meunier
vertaling : Jeroen De Keyser
Claudio Monteverdi (1567-1643)
Adoramus te a sei voci


Lamento della Ninfa


Giacomo Carissimi (1605-1674)
Historia di Jepthe