Francais Nederlands
Kalender Edito Festivals Info Partners Newsletter Contacten
back WOE 04.08 2010 next
M Miniemenkerk
Maude Gratton klavecimbel
Photo
line
Zijn naam was al beroemd, hij moest alleen nog een voornaam verwerven. Meer nog dan voor zijn broers viel dat niet mee. Als hoogbegaafd kind werd hij door zijn vader begeleid. In alle opzichten. Hij leerde hem viool spelen en later ook orgel. Het Orgelbüchlein liet hem kennismaken met koralen en triosonates waren zijn instrumentale hogeschoolopleiding. Friedemann werkte tijdens zijn universiteitsstudie mee aan concerten, in de kerk, in cantates en aan concerten van het Collegium musicum in het café Zimmermann. En toen zoonlief op zoek moest naar werk, schreef zijn vader zelf de sollicitatiebrieven. Zo werd hij in 1733 organist in de Sophienkirche in Dresden, en later muziekdirecteur van de Liebfrauenkirche in Halle. Zijn vader bleef over alles waken. Ze reisden samen. Friedemanns vriend Cramer schreef dat Johann Sebastian ‘alleen over Friedemann, de grote organist, tevreden was. […] Al zijn voldoening haalde hij uit zijn zoon Friedemann. […] Van die zoon houd ik, placht hij te zeggen, hij stemt me vreugdevol.’
Het is echter overduidelijk in welke mate de beschermende schaduw van zijn vader als een verpletterend über-ich over deze zeer gevoelige en hoogbegaafde zoon viel. Pas toen zijn vader overleden was, trouwde Friedemann, op zijn 41ste. Algauw bleek hij niet in staat zelf zijn carrière in handen te nemen. Hij gaf in een opwelling ontslag in Halle, in 1764, en probeerde tevergeefs als onafhankelijk musicus te overleven: in 1770 in Brunswick en ten slotte, vanaf, 1774, in Berlijn, waar hij tien jaar later overleed, beroemd maar helemaal berooid.

Zijn oeuvre omvat talrijke klaviercomposities, vooral voor klavecimbel, kamermuziek met en zonder continuo, klavecimbelconcerti, symfonieën en een dertigtal cantates en andere gewijde werken. Aan het klavier was hij het meest zichzelf, het persoonlijkst. Zijn klaviermuziek toont ons een echt zelfportret, met kleine toetsen, die van een vreemde, steeds verrassende en originele man. Hij had te kampen met een ontroostbaar existentiële droefheid, die blijkt uit de gekwelde meanders van zijn chromatische motieven en de plotse breuken in zijn discours. Hij lijkt geen enkele formele beperking te respecteren, maar dat betekent hoegenaamd niet dat hij het contrapunt niet meester was. Hij stak zijn vrijheidsaanspraken echter niet onder stoelen of banken, en vele passages zijn niet een specifieke toonaard of maat gesteld.

Hij moet ongetwijfeld talloze orgelcomposities hebben geïmproviseerd, maar acht werken groepeerde hij tot een samenhangende bundel die hij in 1781 opdroeg aan zijn koninklijke leerlinge prinses Anna Amalia. Hij wilde haar ongetwijfeld een voorbeeld geven van zijn traditionele vakmanschap, in de grote Duitse traditie waarvan zijn vader de beroemdste vertegenwoordiger was geweest.

De muziek van Wilhelm Friedemann Bach verrast, verbaast of verbluft, maar ze laat niemand onverschillig. Ze is het beeld van zijn levendige, labiele en gekwelde persoonlijkheid. De complexiteit van zijn hortende oeuvre, met al zijn expressieve spanningen en onverwachte wendingen, biedt een blik op een buitengewoon musicus en roept tegelijk de onvermijdelijke vraag bij ons op: wat met de opvallende contradicties in deze composities? Moeten we proberen het discours duidelijker te maken er en een evenwicht in herstellen, of al deze stijlbreuken en andere grilligheden gewoon aanvaarden?
Wilhelm Friedemann is duidelijke de erfgenaam van het intense onderricht van zijn vader. Tegelijk liet hij de stijldiscussies van zijn tijd achter zich door een resoluut streven naar onafhankelijkheid tentoon te spreiden. Was hij op zoek naar een eigen weg door in zijn muzikale ontwikkeling steeds meer plaats in te ruimen voor de expressie van zijn eigen gevoelens? Of had hij een heldere, compromisloze kijk op zijn tijd, en hield hij aan zijn eigen muziekstijl, ten koste van vele problemen en mislukkingen?
De vergetelheid waarin zijn muziek verzeild is geraakt, kan worden beschouwd als een intrinsiek onderdeel van haar karakter, en de vele onbeantwoorde vragen blijven per slot van rekening even boeiend als die muziek zelf.

Maude Gratton
vertaling : Jeroen De Keyser
Wilhelm Friedemann Bach (1710-1784)
Polonaise X in f-klein


Wilhelm Friedemann Bach (1710-1784)
Fantaisie in d-klein


Wilhelm Friedemann Bach (1710-1784)
Polonaise XI in G-groot


Wilhelm Friedemann Bach (1710-1784)
Fuga in C-groot


Wilhelm Friedemann Bach (1710-1784)
Fuga in e-klein


Wilhelm Friedemann Bach (1710-1784)
Sonate in D-groot
Adagio
Vivace