In tegenstelling tot de gangbare opinie verwijst de term gamelan in Bali niet enkel naar de grote orkesten met de bronzen slaginstrumenten maar kan hij van toepassing zijn op elk instrumentaal ensemble. Er bestaan immers 25 categorieën van gamelan in alle groottes en met verschillende samenstellingen, gaande van 2 tot 40 instrumentisten, elk bedreven met specifiek repertoire dat aanknoopt bij hun respectievelijke formaties. Sinds de Balinese prinsen rond de XXe eeuwwisseling - als gevolg van de verarming na de Hollandse kolonisatie - een aantal van hun grote gamelans aan het volk hebben moeten overlaten, is de klassieke muziek het landelijk tijdverdrijf gaan vervoegen waardoor men nu in Bali met een uitzonderlijk geval van een geleerde, volkse muziek te maken heeft. Eerder zeldzaam zijn de dorpen die er niet verscheidene gamelans op nahouden om zowel de muziek van hun rituelen als die ter ondersteuning van hun ontspanningsmomenten te verzorgen. De uitvoerders zijn nooit professionelen. De muzikale praktijk bestaat erin de religieuze diensten op te luisteren, min of meer naar het voorbeeld van de zangkoren in de katholieke ritus. In feite zijn de wezenlijk rituele muziek en de dansen niet bedoeld voor de menselijke toeschouwers. Daarentegen is het nachtelijk vermaak dat met dezelfde feesten gepaard gaat een echt spektakel, ditmaal wél bestemd voor het publiek, en gebracht door goed getrainde muzikanten en dansers. De term gamelan komt van megambel wat “slaan” betekent, hetgeen duidelijk de hegemonie van de slaginstrumenten onderstreept, ook als de term gebruikt wordt voor fluitorkesten die ontegenzeglijk in de minderheid zijn. De karakteristieke percussie-instrumenten zijn in brons of bamboe, eerder zelden van ijzer en hout. Elke categorie instrumenten heeft een welbepaalde en onveranderlijke functie, hetzij melodisch, hetzij ter ondersteuning van het ritme, hetzij voor de frasering. De voornaamste instrumenten zijn de melodische slaginstrumenten gemaakt van een reeks lamellen, of kleine gongs met een bultje (ronde knobbel) die toonladdergewijs gestemd worden. Al naargelang het orkest gaat het om gèndèr, gansa en saron - een soort van metallofoons - en grantang, rindik en gambang, xylofoons in bamboe. De losstaande gongs waarvan sommige opgehangen zijn en andere liggen, bepalen de structuur van de stukken door afwisselende slagen ter frasering van de cycli die er deel van uitmaken. De laagste (in toon) die als enige de naam gong mag dragen, opent en sluit de grote cycli (zelf onderverdeeld door de slagen van kleinere gongs). Vandaar dat hij wordt beschouwd als “chef” van de gamela. Door de ontwikkeling van de dans en het theater hebben de cylindrische trommen met twee huiden in de loop der eeuwen aan belang gewonnen. Zij verzekeren de ritmische richting, geven de tempo - en dynamische wisselingen aan en slaan de brug tussen de gamelan en de dansers, meer bepaald door het markeren van de syncopische onderbrekingen die met gebaren door de dansers worden aangegeven. De enige niet-percussie instrumenten zijn de rechte fluit met wikkel (suling, een bamboefluit) en een vedel met twee getokkelde snaren (rebab). Deze twee instrumenten worden voorgesteld als de stemmen van de twee goddelijke verwekkers van de muziek - Semara, god van de liefde en zijn echtgenote Ratith, de Maan. Beide instrumenten speelden een dominante rol in de muziek van het voormalige hoftheater maar werden beetje bij beetje verdrongen door de melodische percussie instrumenten. Deze overheersing van de slaginstrumenten heeft de evolutie bepaald van de Balinese stijl, die zich gaandeweg meer verwijderd heeft van de meer melodische stijlen van Java en Sunda. Men moet de gamelan beschouwen als één groot instrument, onderverdeeld in meerdere kleine, eerder dan als een orkest met verschillende instrumenten. De gamelan wordt trouwens door éénzelfde specialist gemaakt. Zijn stemming is definitief en specifiek. De complementariteit van de instrumenten wordt nog versterkt door het systeem van stemming van de metallofoons en xylofoons die per paar gegroepeerd worden. Eén ervan wordt lichtjes hoger gestemd dan de andere om de resonantie van een vibrerende slag te verrijken, maar ook opdat een instrument dat niet tot zijn duo (paar) behoort, “vals” zou klinken.
Bernard Mouton vertaling : Brigitte Hermans
|
Traditionele muziek en dans uit Bali
Banten Sari
Suling
Gender Wayang
Memendet
Gilak
Margapati
|