Hoewel Castelnuovo Tedesco relatief weinig bekend is bij het grote publiek is hij toch een belangrijk figuur onder de Europese emigranten die de Hollywoodscène in de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog inspireerden. Hij was geboren in Firenze waar hij piano - en compositielessen had gevolgd. In de jaren ’20 had hij er een mooie muziekcarrière aangevat en was hij zich in het bijzonder gaan interesseren voor de verbanden tussen tekst en muziek waarbij meteen zijn voorliefde voor literatuur duidelijk werd. Hij zette deze briljante carrière voort tot hij in 1939 beslist om Europa en het regime van Mussolini te ontvluchten. Zoals zovele andere Joodse artiesten en intellectuelen was ook hij immers bedreigd in zijn vrijheid. Hij ging in ballingschap naar Californië waar de bloeiende filmindustrie hem interessante professionele kansen en ook comfortabele inkomsten kon bezorgen. Alvorens hij zijn eigen naam in de aftiteling van belangrijke films kon laten verschijnen, arrangeerde hij muziek van anderen, eerst voor MGM en daarna voor de Columbia studios. Zijn neo-klassieke stijl, opgesmukt met enkele modernistische toetsen - maar steeds op veilige afstand van het atonale - paste goed bij de eisen van de filmindustrie en beviel bovendien ook het publiek. Hij componeerde met gemak en met een verbazende snelheid. Om zijn doel te bereiken schrok hij er niet voor terug allerlei eerdere composities te hergebruiken, te arrangeren of te herwerken. Over een periode van een vijtiental jaren heeft hij aldus aan meer dan 150 films meegewerkt. Als gerenommeerd leraar in Los Angeles telde hij onder zijn leerlingen onder meer Jerry Goldsmith en André Previn.
In 1932 had hij op het festival van het Internationaal Genootschap van de Hedendaagse Muziek in Venetië de Spaanse gitarist Andrès Segovia ontmoet. Toen ze met elkaar bevriend raakten had hij hem zijn eerste concerto voor gitaar opgedragen. Vanuit zijn passie voor dit instrument componeerde hij er in de loop van zijn carrière bijna honderd werken voor en mag hij terecht de 20e eeuwse lofzanger van de gitaar worden genoemd.
Eén van zijn werken is Platero y yo, opus 190. Het is een suite voor gitaar solo met verteller, met als ondertitel élégie andalouse (Andalusische klaagzang) die neigt naar een klein melodrama. Het gaat om een compositie uit 1960, gebaseerd op teksten van Juan Ramon Jiménez (1881 - 1958), een Spaans schrijver en tegenstander van het Francoregime die de Nobelprijs voor literatuur gekregen had in 1956. Het muzikale oeuvre telt in het totaal 28 korte, poëtisch geïnspireerde hoofdstukken en is uitgewerkt aan het begin van de 138 gedichten die het literair werk rijk is.
Het kwintet voor gitaar en strijkkwartet dateert uit 1950. Het is een uiterst charmant werk dat zijn inspiratie put uit de Franse muziek. In dit verband citeert men dikwijls Ravel van wie hij voor expressieve doeleinden het gebruik van de harmonische klanken van de viool overneemt alsook de doorgedreven zoektocht naar nieuwe of niet gebruikte klankkleuren. De stijl van Castelnuovo is opgewekt, subtiel allusief, en van een poëtische tederheid. Ze is ook vol van interesse en de partij van het strijkkwartet moet in niets onderdoen voor die van de gitaar.
Claude Jottrand vertaling : Brigitte Hermans
|
Mario Castelnuovo Tedesco (1895-1968) Platero y yo, op.190 Platero Golondrinas La Primavera Mario Castelnuovo Tedesco (1895-1968) Kwintet voor gitaar en strijkkwartet, op.143 Allegro, vivo e schietto Andante mesto Scherzo: Allegro con spirito, alla marcia Finale: Allegro con fuoco |