Max Bruch wordt in Keulen geboren en overlijdt in Berlijn. Deze Duitse orkestdirigent en docent compositie staat bekend om zijn vioolconcerti, composities voor koor en orkest, maar ook een aantal instrumentale werken, zoals de Acht stukken voor klarinet, altviool en piano op. 83, waarin hij dezelfde instrumentenkleuren gebruikt als in het Concerto voor klarinet en altviool op. 88. De invloed van Brahms gaat zo ver dat Bruch zelfs fysisch op zijn muzikale voorbeeld gelijkt. Net zoals Brahms inspireert hij zich op volkse thema’s die hij op postromantische en licht academische wijze verwerkt.
Ook de Acht stukken voor klarinet, altviool en piano op. 83 getuigen van Bruchs academische ingesteldheid en van de grote invloed van de Duitse meesters op zijn stijl (Johann Sebastian Bach maar ook de romantische componisten). De bundel werd in 1910 in Hamburg uitgegeven en is een sprekende getuige van de zuiver instrumentale muziek van het fin de siècle, badend in een burgerlijke muzikale sfeer die zich niet om genialiteit lijkt te bekommeren.
Het eerste stuk is een andante met een eenvoudige, glasheldere structuur, in de stijl van een wat naïeve romance. Bruch verlaat er nergens het pad van het begeleide lied. In het tweede deel, allegro con moto, brengen de triolen in de pianopartij het klavecimbelspel van de meester van Leipzig in herinnering. In het derde stuk, andante con moto, presenteert Bruch een trieste mars in een standvastig drieledig ritme, dat tweemaal wordt onderbroken door melodieuze andantes in tweeledige maatsoort.
Het vierde stuk, Allegro agitato, is het langste van de bundel. De harmonische opbouw en de melodische ontwikkelingen gaan hier het verst. Bruch gaat volledig op in de romantische stijl die hem eigen is en die nauw bij Schumann en Brahms aanleunt. Nimmer verlaat hij daarbij het strakke ritmische kader dat hij zichzelf oplegt. Het vijfde stuk, Rumänische Melodie (Roemeense melodie), is een andante waarin het thema, in canon gepresenteerd door klarinet en altviool, de piano verleidt tot een korte virtuoze passage.
Het zesde stuk, Nachtgesang (Nachtlied), is eveneens een andante. Het fluweelzachte thema wordt achtereenvolgens door de klarinet en de altviool gepresenteerd. De centrale passage waarin beide instrumenten in dialoog treden, leidt de terugkeer van het eerste thema in, maar deze keer in canon, in een wat sombere en romantische sfeer van gelatenheid.
Voor een scherp contrast zorgt het zevende stuk. Het vangt aan met een levendig en licht thema in de piano, dat vrijwel onmiddellijk door de twee instrumenten wordt overgenomen. Er ontstaat een dialoog van elkaar imiterende solisten, die door de speelse piano telkens weer een plagerig duwtje in de rug krijgen. Het achtste en laatste stuk uit de cyclus is een moderato zonder specifieke titel. Deze lange, wat droevige melopee baadt in sombere mineurakkoorden die opnieuw aan Brahms doen denken. De bundel wordt afgesloten in een lyrische, poëtische sfeer, met een sterk melodisch karakter.
Claude Jottrand vertaling : Veerle Lindemans
|
Max Bruch (1838-1920) 8 Stücke, voor klarinet, altviool en piano, op.83 1. Andante 2. Allegro con moto 3. Andante con moto 4. Allegro agitato 5. Rumanische Melodie Andante 6. Nocturne Andante con moto 7. Allegro vivace, ma non troppo 8. Moderato |