ergolesi wordt geboren in Jesi bij Ancona. Reeds vroeg blijkt zijn muzikaal talent zodat men hem naar het beroemde Conservatorium van de Poveri di Gesù Cristo in Napels stuurt waar hij in de leer gaat bij Durante. Hij krijgt er een degelijke muzikale vorming die is toegespitst op de leer van de esthetica via twee aan elkaar tegengestelde werelden: de Napolitaanse opera en de religieuze polyfonie. Zijn eerste werk, de Conversatione di San Guglielmo d'Acquittana uit 1731, maakt hem op slag beroemd. Meteen erna krijgt hij de opdracht voor zijn eerste opera, Salustia, die een enorm succes kende; ook zijn tweede opera Frate ‘innamorato het jaar daarna kon bogen op veel bijval. Als Napels in 1733 getroffen wordt door een zware aardbeving, is dit voor Pergolesi de aanleiding om zijn grote Messe solennelle te componeren voor tien stemmen, dubbel koor, twee orkesten en twee orgels naast zijn Vêpres solennelles voor vijf stemmen. Pergolesi blijft balanceren tussen sacrale en profane muziek en schrijft nog verschillende operas en intermezzi. Het zijn kleine kluchtjes naar Napolitaanse smaak die tijdens de entracten ter vermaak van het publiek worden opgevoerd. Zo liet hij in 1733 de Serva Padrona (La Servante Maîtresse), "intermezzo per musica" spelen. Het werd daarna een autonoom werk dat een uitzonderlijk succes kende. Pergolesi had een zwakke gezondheid en moest zich in het begin van 1735 terugtrekken in het klooster van de Capucijnen van Puzzuoli bij Napels. Het is waarschijnlijk ook daar dat hij zijn laatste twee werken schreef, een Salve Regina en zijn superieur Stabat Mater dat een opdracht was van zijn voornaamste mecenas de hertog van Maddaloni. Het werk was bedoeld om een partituur te vervangen die door Alessandro Scarlatti te ouderwets werd bevonden. Pergolesi krijgt tuberculose en sterft in maart 1736, amper 26 jaar oud ! Zijn onloochenbaar genie, de originaliteit van zijn pre-klassieke stijl die met veertig jaar voorsprong het werk van Mozart aankondigt alsook zijn vroegtijdige dood ... meer was niet nodig om een legende te creëren waardoor hem meer dan 300 opusnummers zijn toegewezen hoewel daarvan vandaag slechts een dertigtal legitiem lijken. Hij was al beroemd in Italië tijdens zijn leven, maar zijn echte bekendheid kwam postuum en werd bijzonder levendig vanaf de XIXe eeuw. Hoewel niet van bijbelse oorsprong, heeft de Stabat Mater sinds lang een bijzondere aantrekkingskracht uitgeoefend, zodanig zelfs dat het werk stilaan deel is gaan uitmaken van de katholieke liturgie. De tekst neigt naar devotie en naar persoonlijke vroomheid en heeft niets te maken met de traditionele Latijnse hymnecultus. Hij leunt eerder aan bij de geest van Sint Franciscus. Het gedicht van de Stabat Mater is trouwens opgedragen aan de Franciscaan Jacopo da Todi (+ 1306). De tekst werd ingepast als één van de sequensen van de XVe eeuwse Romeinse mis voor de Treurende Maagd (bij het kruis); hij wordt ook populair als hymne en krijgt zeer snel ingang in de diensten van de Goede Week. De zes eerste deeltjes geven het verdriet van de Maagd aan de voet van het kruis weer, de zes laatste het lijden van Christus en het perspectief van de eeuwige rust. Het Stabat Mater van Pergolesi is dus het laatste werk van een man die gestorven is op zijn 26 jaar, de pen nog in de hand. Het is geschreven voor twee vocale solisten en een klein instrumentaal ensemble en vangt aan met een soort van hardnekkige en aangehouden mars die de opgang naar Golgotha verklankt. De muzikale taal - niet gespeend van dramatiek - bevat heel wat chromatismen die de bedroefdheid in de smart en de dood weergeven. Het bijna dansend karakter daarentegen van sommige nummers aangeduid met allegro - en hier staat men ver van de tekst - slaat heel wat uitvoerders met verstomming. Als men het echter strict muzikaal bekijkt, dan zorgen deze delen voor een aangenaam evenwicht met de meer smartelijke passages waardoor de partituur minder zwaar wordt.
Claude Jottrand vertaling : Brigitte Hermans
|
Giovanni Battista Pergolesi (1710-1736) Stabat Mater Stabat Mater dolorosa. Grave Cujus animam gementem. Andante amoroso O quam tristis. Larghetto Quae moerebat et dolebat. Allegro Quis est homo. Largo - Allegro Vidit suum dulcel natum. A tempo giusto Eia Mater. Andantino Fac ut ardeat cor meum. Allegro Sancta Mater. A tempo giusto Fac ut portem Christi mortem. Largo Inflammatus et accensus. Allegro Quando corpus morietur. Largo assai - Presto assai |